“Ik voel mij soms meer manager dan advocaat”
Jelleke Brian-Holthuis studeerde rechten in Groningen, waar zij afstudeerde in privaat- en bedrijfsrecht. Zij is sinds begin 2007 als advocaat verbonden aan OMVR. Hier besteedt zij grofweg een derde van haar tijd aan ondernemingsrecht, een derde aan arbeidsrecht en een derde aan insolventierecht. De insolventierecht praktijk houdt zich bezig met faillissementen, surseances van betaling, bedrijven in moeilijkheden en schuldsanering.
Zij treedt thans op als curator in een aantal faillissementen, waarbij zij vooral nauw samenwerkt met kantoorgenoten Frans van Oss, Frank Vermeer en Henk van der Meijden. Het is erg druk in de insolventiepraktijk, iets wat ongetwijfeld wordt verklaard door de huidige crisis. Naar zeggen van de rechtbank, waar de Rechter-Commissaris curatoren benoemt, zit er nog veel meer aan te komen.
Jelleke Brian-Holthuis: in het algemeen verloopt de beginfase van een faillissement volgens een vast stramien. In de inventarisatiefase ga je op bezoek bij de failliet of bij de bestuurder(s) van de gefailleerde vennootschap en probeer je er achter te komen waardoor het faillissement is veroorzaakt. Zijn er fouten gemaakt? Wat zijn de activa? Kun je die te gelde maken? Is er aanleiding om bestuurders aansprakelijk te stellen? Je krijgt te maken met schrijnende gevallen, waar de bereidheid tot medewerking groot is en waar men zich verantwoordelijk voelt voor de benadeelde crediteuren. Tegelijkertijd moet je ook een zeker professioneel wantrouwen hebben. Waar je altijd naar kijkt is of er geen betalingen zijn verricht ten nadele van de boedel, die niet mochten worden verricht en die dan o.g.v. de zogenaamde ‘Actio Pauliana’ moeten worden teruggevorderd.
De insolventiepraktijk is erg gevarieerd en je krijgt daarin een goed gevoel voor de werking van de economie. Leuk vind ik ook dat ik intern in een team werk en extern te maken krijg met een keur aan partijen, zoals de Rechter-Commissaris, opkopers, verhuurders, huurders, accountants, banken, de fiscus, het UWV en noem maar op. Procederen komt niet zo heel veel voor in de praktijk, maar soms is het toch nodig. Het is juist de zakelijke en praktische kant van dit vak die me aantrekt, waardoor ik mij soms eerder manager dan advocaat voel.”